Notice: Undefined index: HTTP_ACCEPT_LANGUAGE in /home/kinder/domains/kinderopvang-flevoland.nl/public_html/include/class/alstro.class.php on line 162
Pedagogische subdoelen

Pedagogische subdoelen

Pedagogische subdoelen en bijbehorend handelen
Het stimuleren van zelfstandigheid gebeurt o.a. bij het:    

  • herkennen van eigen spullen
  • zelf de jas aan en uit doen
  • zelf naar de wc gaan
  • omkleden
  • eten en drinken
  • zelf een plaatsje aan tafel kiezen
  • meedenken (“wat gaan we doen?”)
  • opruimen
1 We doen recht aan de eigenheid van het kind door serieus naar hem /haar te
   luisteren. De theorieën van Gordon worden als uitgangspunt gehanteerd in de
   omgang met kinderen.


2 Het gevoel van eigenwaarde wordt gevoed door elke vorm van doen te prijzen
  of aandacht te geven. Ook corrigeren gebeurt in positieve zin. Bijvoorbeeld : 

- Een toren bouwen is heel knap
- Aan het kind vertellen dat je blij bent wanneer het kind helpt opruimen.
- Slaan vinden we niet leuk. 
  Samen met het kind de reden voor het slaan benoemen en aangeven dat het
  ook op een andere manier kan. - In een rollenspel mag het kind “groot” en de
  leidster “klein” zijn.


3 Kinderen wordt geleerd om te gaan met hun eigen mogelijkheden door het zelf
   doen te stimuleren en veel complimenten te geven. Bijvoorbeeld :

 - Leidster : “Wil je proberen je eigen jas aan te doen ?”
   Bij een al dan niet gelukte poging het kind prijzen hoe knap dit is en hoe groot
   hij /zij al is.


4 We leren kinderen reflecteren op hun eigen gedrag door het spiegelbeeldeffect.
   Bijvoorbeeld :
- Bij afpakken vragen waarom het kind dit doet en hoe hij /zij het vindt als
  hem /haar iets wordt afgepakt.

- Bij slaan vragen waarom dit gebeurt en het kind eraan herinneren hoe het
  voelde toen dit hem /haar overkwam.

- In groepsverband nog eens stil staan bij een voorval. Dit geldt zowel voor
  complimenten als voor correcties.


5 Het ontwikkelen van sociaal gevoel wordt begeleid door bijvoorbeeld :
- Aandacht te hebben voor vriendschappen, er op in te gaan waarom ze bevriend
  zijn en te benoemen waarom het leuk of minder leuk is.

- Aandacht te schenken aan de gevoelens voor een broertje /zusje. Deze zijn
  meestal heel lief en soms heel stom. In beide gevallen gaat de leidster met het
  kind mee – het gaat om het gevoel van het kind.


6 De ontwikkeling van sociaal gedrag wordt gestimuleerd door:
- Gezamenlijk speelgoed op te ruimen.
- Veel te praten bij conflicten: waarom? Wie? En hoe lossen WE dit samen op?
- Een ander kind te helpen.
- Je vriendje /broertje /zusje even aan een kind te lenen dat dit niet heeft.
- Een kind dat minder bij de groep past, mee te laten spelen en te helpen bij de
  lichamelijke communicatie en het sociale gevoel van het groepje.


Achterliggende gedachte: we zijn gelukkig niet allemaal gelijk!
- Gezamenlijke activiteiten als eten /drinken, voorlezen, zingen, verven, plakken,
   spelen (duplo, houten trein, puzzelen, memorie, domino etc.)

- Diverse spelmogelijkheden met nadruk op verschillende aspecten
*  ‘samen’: voetballen
*  ‘individueel’: tikkertje
*  ‘vriendjes’: zakdoekje leggen
*  ‘tolerantie’: er zat een kabouter

7 Kinderen wordt geleerd vertrouwen te hebben in mensen door bijvoorbeeld:
- ‘s Morgens de ouders uit te zwaaien en te leren dat ze terug komen.
- Te troosten bij ongelukjes.
- Te helpen bij het oplossen van moeilijkheden.
- Ook het kind dat (toevallig) door eigen toedoen een conflict heeft veroorzaakt, te
   troosten.


8 Enkele waarden en normen die overgedragen worden:
- Elkaar respecteren zonder vooroordelen. Mensen kunnen er anders uitzien,
  maar zijn daarom niet anders.     Bijvoorbeeld iemand met een donkere
  huidskleur of een kaal hoofd valt op binnen de groep. Het verschil wordt
  benoemd, maar heeft verder geen betekenis.

- Samen delen.

9 We laten kinderen kennis maken met andere waarden en normen en zorgen
   ervoor dat ze die respecteren.

- Erkennen en normaal vinden dat sommige mensen /kinderen dingen anders
  doen. 

  Dit gedrag niet verzwijgen of veroordelen (bijvoorbeeld bidden /zingen voor het
  eten).


10 Emoties van kinderen worden altijd serieus genomen. 
Sommige pijnemotie ligt in het verleden. Al is het soms overduidelijk dat emotioneel gedrag gespeeld wordt, het is altijd een uiting van gevoel (verdriet wordt altijd getroost).
De emotionele reactie hoeft niet direct samen te hangen met het gebeurde. 

Het is belangrijk te ontdekken wat de werkelijke reden is.
Bijvoorbeeld: Bij een kind dat al huilt voordat er iets gebeurt, kan er sprake zijn van angst, onzekerheid, of te weinig eigenwaarde.
- Het verdriet van een mini -schaafplekje wordt net zo serieus behandeld als een
  gebroken been.


11 De motorische ontwikkeling verschilt per kind.
Er wordt individueel en groepsgewijs gestimuleerd.
Bij de leeftijdsgroep op de crèche is alleen de grove motoriek aan de orde. Gestimuleerd wordt om de motoriek van de schouder naar de elleboog te brengen en bij oudere (of vroeg ontwikkelde) kinderen naar de pols.

Meerdere activiteiten doen een beroep op coördinatie van hoofd en lichaam.
Met verven kan een kind bijvoorbeeld kliederen, en het op het papier doen waarbij armen /handen moeten doen wat het kind denkt, en op de buurtjes letten, en aan tafel blijven zitten, en niet vergeten de tafel niet mee te verven.
Bij tikkertje moet het kind hard lopen, iemand tikken, weglopen, onthouden wie de tikker is, etc.
Bij de verschillende activiteiten wordt het kind gestimuleerd met complimenten.
Niet alleen een goed resultaat, maar ook pogingen om een bepaalde activiteit te doen worden geprezen.
Enkele voorbeelden van activiteiten die met de motoriek te maken hebben:
- Het lichaam in beweging brengen met een balspel.
- Zit -, kruip -, loop – en sta –oefeningen.
- Torens bouwen en omgooien.
- Een kind in contact brengen met een kind dat verder ontwikkeld is.
- Het bewerken van/werken met verschillend materiaal, bijvoorbeeld gericht
  plakken.

- Doe – en leerspelletjes, spelen met rijdend materiaal, zingen en dansen.

12 De intellectuele ontwikkeling wordt gestimuleerd door goed en serieus naar
     het kind te luisteren en op zijn /haar niveau te praten. 

     Enkele aandachtspunten: 
- Normaal taalgebruik, geen kinderpraat.
- Proberen of het kind opdrachten kan onthouden (bijvoorbeeld plannen maken,
  er later op terug komen of het kind vragen de volgende dag iets mee te nemen).

- Dingen van thuis vertellen.
- Geheugentraining door bijvoorbeeld (tel)liedjes, spelletjes, doe –activiteiten, namen van ouders, familie, relatievormen, etc.

De creatieve ontwikkeling met droog materiaal gaat meestal samen met een rollenspel waarin de werkelijkheid wordt nagebootst.
De fantasie van het kind is de leidraad waar het team in meegaat. Bij het werken met nat materiaal (verven, plakken, modder, water, klei) is het doel om de verschillen te ontdekken.

Bijvoorbeeld:
Verf en modder loopt lekker tussen de vingers door; water ook maar dat laat geen sporen achter. Van modder kun je iets bouwen, van verf niet.
Met klei moet je hard knijpen; hiervan kunnen broodjes gesneden worden die je niet kunt opeten. Plakken kan netjes met papier, maar ook met zand, waarbij het kind lekker kan knoeien.

Locaties

Kindercreche

De Flierefluiter

Kindercrèche

De Speelmuiter

Kindercrèche

De Spetterfluiter

Kindercrèche

De Kadesnuiter

NSO / BSO

De Vrijbuiter

NSO / BSO

De Buitenfluiter

NSO / BSO

De Springbuiter

NSO / BSO

De Kornuiten


Ervaring

Stichting Kinderopvang Flevoland vierde in 2016 het 30 jarig bestaan. Het team bestaat uit mensen die er vanaf het begin bij waren en nieuwe teamleden. Met de werkroosters wordt zodanig rekening gehouden dat er een gezonde mix van leidsters op de groepen werkt. De reacties van teamleden en ouders zijn hier positief over.
Uit tevredenheids onderzoeken bij ouders komt dan ook de spreuk:
Stichting Kinderopvang Flevoland >> De gezelligste kinderopvang van Flevoland<<<


Kind gericht

Stichting Kinderopvang Flevoland hanteerd een werkwijze gebaseerd op de Gordon methode. De teamleden van Stichting Kinderopvang Flevoland hebben cursussen gevolgd en volgen regelmatig opfris trainingen.
Ook het aangeboden speelgoed en de inrichting van de diverse lokalen is gericht op de ontwikkeling en het juiste niveau van de betreffende leeftijdsgroep.

Een stukje uitleg van de Gordon methode staat hier


Altijd leuk!

Kinderen die lekker komen spelen bij Stichting Kinderopvang Flevoland vinden er een uitgebreid aanbod van binnen en buitenactiviteiten.
Uiteraard stimuleren wij de eigen aktiviteiten van de kinderen.


Leerparadijs

Leren; dat doen de kinderen voor een groot deel van elkaar. Sociale vaardigheden die uit de dynamiek van een groep komen geven kinderen de mogelijkheid op een speelse wijze te "leren". Hierbij denken we aan vaste rituelen, zoals het samen  opruimen, samen delen en spelletjes doen in groepsverband.